Wie zich vaker aan een pokertafel begeeft, merkt al snel dat het spel zijn eigen taal spreekt. Engels is de voertaal, maar sommige pokertermen hebben ook een Nederlandse (leen)vertaling.
Maar dat er soms een Nederlandse versie is, wil niet zeggen dat het altijd even eenvoudig is. Begrippen vliegen je om de oren. Wat betekenen ze allemaal, en wanneer gebruik je ze?
Om je hierin wegwijs te maken hebben we een overzicht samengesteld met alle pokertermen die je ooit kunt tegenkomen – van bekende begrippen tot jargon dat je pas hoort bij gevorderde strategieën.
Lijst van Engelse en Nederlandse pokertermen
Dit pokerwoordenboek is bedoeld als naslagwerk, maar ook als speelse gids om je taalkennis rond het de pokertafel te verdiepen. Ideaal als je een term wilt opzoeken tijdens een online poker sessie, of wanneer je indruk wilt maken in je volgende homegame.
In de onderstaande tabel vind je de volledige lijst pokertermen met definitie. Waar mogelijk of beschikbaar, hebben we ook de Nederlandse versie van de Engelse term gegeven.
Engelse term |
Nederlandse term |
Uitleg |
| Action | Actie | Het moment waarop een speler aan de beurt is om te handelen tijdens een inzetronde. Ook een aanduiding voor actieve deelname aan een pot, bijvoorbeeld wanneer er veel wordt ingezet. |
| Add-on | Een extra stapel fiches die spelers in sommige toernooien mogen bijkopen, vaak aan het einde van de rebuy-periode. Dit biedt een kans om je stack te vergroten zonder opnieuw in te kopen. | |
| All-in | Wanneer een speler al zijn beschikbare fiches in één hand inzet. Hierna kan hij niet meer inzetten, maar blijft hij wel meespelen tot het einde van de hand. | |
| Ante | Ante | Een vaste, verplichte inzet die elke speler inlegt vóór de start van een hand. Meestal gebruikt in toernooien of bij bepaalde stud-varianten. |
| ATC – Any Two Cards | Afkorting voor spelers die met om het even welke kaarten meespelen naar de flop, ongeacht de waarde of combinatie van hun hand. | |
| Backdoor | Een situatie waarbij je pas op de turn én river de juiste kaarten moet krijgen om bijvoorbeeld een flush of straight te voltooien. | |
| Bad Beat | Een pijnlijke situatie waarin een sterke hand wordt verslagen door een slechtere hand die op een onwaarschijnlijke manier wint. | |
| Bankroll | Het totale bedrag aan geld dat een speler gereserveerd heeft om pokersessies mee te spelen. | |
| Bet | Inzetten | Een actie waarbij een speler chips in de pot legt om de sterkte van zijn hand te tonen of te bluffen, met als doel tegenstanders onder druk te zetten. |
| Big Blind | Grote blind | De grote blind is een verplichte inzet die geplaatst wordt door de tweede speler links van de dealer, bedoeld om actie op gang te brengen in de pot. |
| Big Blind Special | Een onverwachte winnende hand vanuit de positie van de grote blinde, meestal met kaarten die normaal niet zouden worden gespeeld zonder verplichte inzet. | |
| Big Slick | De populaire bijnaam voor een starthand met Aas en Koning in Texas Hold’em. Potentieel krachtig, maar ook verraderlijk. | |
| Blank | Blanco | Een kaart op het bord die vrijwel geen invloed heeft op de uitkomst van de hand, omdat hij geen draws voltooit of bestaande handen versterkt. |
| Blind | Een verplicht ingezette hoeveelheid chips door spelers links van de dealer om actie te garanderen nog vóór er kaarten gedeeld zijn. | |
| Bluff | Bluf | Een bewuste inzet met een zwakke of waardeloze hand, in de hoop dat tegenstanders zullen folden. |
| Board | Bord | De open kaarten die in het midden van de tafel liggen en door alle spelers gebruikt kunnen worden om hun hand te vormen. |
| Boat | Een informele term voor een Full House: een combinatie van drie kaarten van dezelfde waarde plus een paar. | |
| Bottom Pair | Laagste paar | Een paar gevormd met de laagste kaart van het board in combinatie met een hole card. |
| Bounty | Kopgeld | Een bonusbedrag dat een speler ontvangt voor het uitschakelen van een tegenstander in een bounty-toernooi. |
| Broadway | Een straight van tien tot en met aas; de hoogst mogelijke straat in Texas Hold’em. | |
| Bring-in | Een verplichte inzet in stud-pokervarianten om de eerste inzetronde te starten. Afhankelijk van het speltype plaatst de speler met de hoogste of laagste zichtbare kaart deze kleine inzet. | |
| Bubble | De ongelukkige positie net buiten het prijzengeld in een toernooi. De speler die op deze plek eindigt loopt net de prijzen mis. | |
| Burn | Een kaart die blind van het deck wordt verwijderd voordat er gedeeld wordt. Dit helpt om kaarten markeren of herkennen te voorkomen. | |
| Bust | Een situatie waarbij je je laatste fiches verliest en uit het spel ligt. Ook gebruikt als je bankroll volledig is opgebruikt. | |
| Button | Knop | De dealerpositie aan tafel, aangeduid met een ronde schijf. Deze positie speelt als laatste na de flop, wat strategisch voordeel oplevert. |
| Buy-in | Inkoop | Het bedrag dat je betaalt om deel te nemen aan een pokerspel of toernooi. In cashgames is dit meestal een veelvoud van de big blind. |
| C-bet – Continuation bet | Een inzet na een preflop-raise, vaak ook zonder verbetering van je hand, om de tegenstander onder druk te zetten. | |
| Call | Een inzet die gelijk is aan een eerdere inzet om in de hand te blijven zonder te verhogen. | |
| Calling Station | Een speler die vrijwel altijd callt, zelfs met zwakke handen, en zelden fold of raise speelt. Moeilijk om tegen te bluffen. | |
| Cap | De limiet op het aantal raises dat in één inzetronde is toegestaan. Zodra de cap bereikt is, mag niemand meer verhogen. | |
| Case | De allerlaatste kaart van een bepaalde soort in het deck. Het raken van deze kaart kan een beslissend moment zijn. | |
| Catch | De juiste kaart krijgen op turn of river om een hand te voltooien, zoals het raken van een flush of straat. | |
| Check | Afzien van inzetten terwijl je toch in de hand blijft. Alleen mogelijk als er nog geen inzet is gedaan in die ronde. | |
| Check-Raise | Eerst checken en vervolgens verhogen nadat een andere speler inzet. Vaak gebruikt als tactiek met een sterke hand. | |
| Chip Leader | Chipleider | De speler die op dat moment de meeste fiches heeft in een toernooi of tijdens een hand. |
| Chop | Het verdelen van de pot of het prijzengeld tussen spelers, bijvoorbeeld bij een gelijkspel of een onderlinge deal. | |
| Cold Call | Meerdere inzetten tegelijk callen, meestal na een raise én een re-raise, zonder zelf verhoogd te hebben. | |
| Community Cards | Gemeenschappelijjke kaarten | De gemeenschappelijke kaarten op tafel die in spellen als Hold’em of Omaha door alle spelers worden gedeeld. |
| Connectors | Twee hole cards die in volgorde op elkaar aansluiten, zoals 5-6 of Q-K. Ze zijn aantrekkelijk vanwege het straatpotentieel. | |
| Cooler | Een confrontatie waarbij twee sterke handen tegenover elkaar staan, met onvermijdelijk verlies voor de één. Zelfs goed spel voorkomt het niet. | |
| Counterfeit | Een gemeenschappelijke kaart die je hand verzwakt, bijvoorbeeld door je tweede paar nutteloos te maken of door een betere hand mogelijk te maken voor je tegenstander. | |
| Crack | Een sterke hand verslaan, vaak gebruikt als je bijvoorbeeld pocket azen verslaat met een lagere hand die verbetert na de flop. | |
| Cut-off | De positie direct rechts van de dealerbutton, vaak een goede plek om te raisen vanwege de gunstige positie ten opzichte van de blinds. | |
| Dead Money | Dood geld | Chips in de pot die weinig kans maken om gewonnen te worden door de speler die ze erin stopte, bijvoorbeeld door zwak spel of slechte kansen. |
| Dealer | De speler of persoon die de kaarten deelt. In homegames is dit vaak een speler, in casino’s een vaste medewerker. Ook wordt het woord gebruikt voor de positie van de button. | |
| Dog | Underdog | Een hand die op voorhand minder kans maakt om te winnen dan zijn tegenstander, vaak uitgedrukt in percentages. |
| Dominated Hand | Gedomineerde hand | Een hand die weinig kans maakt om te winnen omdat de hogere kicker of betere kaartcombinatie bij de tegenstander ligt. |
| Donk – Donkey | Informele term voor een zwakke speler of een onverwachte bet vanuit een onlogische positie – vaak als eerste betten tegen de raiser. | |
| Draw | Trekhand | Een hand die nog verbetering nodig heeft, zoals een flush of straight draw. Ook een pokervariant waarbij spelers kaarten kunnen wisselen. |
| Drawing Dead | Een situatie waarin geen enkele kaart in het deck je kan redden; je kunt onmogelijk nog winnen, zelfs als de hand wordt uitgespeeld. | |
| Dry Board | Een set community cards zonder duidelijke draws of combinatiemogelijkheden, vaak lastig om actie op te krijgen. | |
| Effective Stack | De kleinste stack tussen twee betrokken spelers in een hand. Deze bepaalt hoeveel chips maximaal ingezet kunnen worden. | |
| Equity | Het percentage van de pot dat statistisch gezien jouw aandeel vertegenwoordigt, gebaseerd op kans en situatie. | |
| Expected Value (EV) | Verwachte waarde | Het gemiddeld verwachte resultaat van een actie op lange termijn. Een positieve EV betekent dat een zet op de lange duur winstgevend is. |
| Extra Blind | Een aanvullende inzet die spelers moeten plaatsen als ze opnieuw in het spel komen nadat ze hun blind hebben gemist. | |
| Family Pot | Een pot waarin veel spelers meedoen aan de flop, zonder voorafgaande verhoging. | |
| Favorite | Favoriet | Een hand die op basis van kansberekening voorligt op een andere hand in een specifieke situatie. |
| Flat Call | Een call waarbij je normaal gesproken zou verhogen, vaak gedaan met de bedoeling de tegenstander te misleiden of om actie af te wachten. | |
| Float | Een call op de flop zonder sterke hand, met de intentie om de tegenstander op latere straat te bluffen of weg te spelen. | |
| Flop | De eerste drie community cards die in spellen als Hold’em of Omaha open op tafel komen te liggen en door alle spelers gebruikt kunnen worden. | |
| Fold | Folden | Je kaarten wegleggen en je deelname aan de hand opgeven zonder extra fiches in te zetten. |
| Fold Equity | De kans dat je tegenstander zijn hand weglegt na jouw inzet, waarmee je de pot kunt winnen zonder showdown. | |
| Free Card | Gratis kaart | Een turn of riverkaart bekijken zonder dat je hoeft te callen, vaak doordat niemand inzet. |
| Freeroll | Een toernooi dat geen inschrijfgeld vereist maar toch prijzen uitkeert; ook een situatie waarin je alleen kunt winnen, maar niets verliest. | |
| Gutshot Straight Draw | Een inside straight draw waarbij slechts één specifieke kaart nodig is om een straat te maken, zoals bij 4-5-7-8 die een 6 nodig heeft. | |
| Heads-up | Een pokersituatie waarin nog slechts twee spelers actief zijn. | |
| Hijack | Hijack | De positie twee stoelen rechts van de button, een goede plek om de actie te openen of te stelen. |
| Hit | De gewenste kaart ontvangen die je hand verbetert. | |
| Hole Cards | De dichte kaarten die je alleen zelf ziet, en die samen met de community cards je uiteindelijke hand vormen. | |
| Hollywood | Acteerwerk of theatrale gedragingen aan tafel om tegenstanders op het verkeerde been te zetten. | |
| House | Huis | De organisator van het spel, meestal het casino of de online pokerruimte. |
| HUD – Heads-up display | Heads-up display: software die in online poker statistieken over je tegenstanders toont terwijl je speelt. | |
| ICM – Independent Chip Model | Independent Chip Model, een manier om chipwaarde te berekenen in toernooien waarbij prijzengeld niet lineair verdeeld wordt. | |
| Implied Odds | Geïmpliceerde kansen | De verwachte extra winst die je maakt als je je hand verbetert, zelfs als de directe pot odds niet gunstig zijn. |
| In Position | In positie | Spelen nadat je tegenstander heeft gehandeld, waardoor je beslissingen kunt baseren op meer informatie. |
| Inside Straight Draw | Een straight draw waarbij slechts één kaartrang je hand compleet maakt, ook wel ‘gutshot’ genoemd. | |
| ITM – In The Money | Afkorting van “In The Money”, oftewel je bent in de uitbetalingsposities van een toernooi beland. | |
| Jackpot | Een extra prijs die beschikbaar is bij het behalen van een zeldzame hand, meestal gefinancierd door een aparte bijdrage per pot. | |
| Jam | Alles-in | Je volledige stack inzetten in één enkele beweging. |
| Kicker | Een bijkaart die wordt gebruikt om gelijke handen te breken, bijvoorbeeld bij dezelfde pair of two pair. | |
| Knockout | Een toernooiformat waarbij je voor elke speler die je elimineert een geldbedrag ontvangt. | |
| Limp | Alleen de big blind callen pre-flop zonder te verhogen. | |
| Lojack | De positie drie plaatsen rechts van de button; vaak de eerste om te openen in 6-max. | |
| Loose | Los | Speelstijl waarbij veel handen worden gespeeld, ook marginale. |
| Made Hand | Gemaakte hand | Een voltooide hand zoals een paar, straat of flush; geen verbetering nodig. |
| Maniac | Maniak | Een extreem agressieve speler die voortdurend inzet en raiset, ongeacht zijn kaarten. |
| Muck | Je kaarten folden zonder ze te tonen; ook de stapel van afgelegde kaarten. | |
| Nit | Een ultraconservatieve speler die bijna alleen met premium handen speelt. | |
| No Limit | Pokervariant waarin spelers op elk moment al hun chips mogen inzetten. | |
| Nuts | De best mogelijke hand op een bepaald moment in het spel. | |
| O8 | Afkorting van Omaha Hi-Lo 8 or Better, een pokervariant waarbij de pot wordt gesplitst. | |
| Offsuit | Twee kaarten van verschillende kleuren of soorten. | |
| Omaha | Pokervariant waarbij spelers vier hole cards krijgen en precies twee daarvan moeten gebruiken. | |
| One-Gapper | Twee kaarten met één rang ertussen, zoals 8-6 of Q-T. | |
| Open | Openen | Als eerste inzetten in een nieuwe bettingronde of als eerste raisen pre-flop. |
| Open-Ended Straight Draw | Een straatdraw waarbij je met een kaart aan beide kanten de straight kunt maken, zoals 5-6-7-8. | |
| Out | Een kaart die je hand zal verbeteren tot een winnende combinatie. | |
| Out of Position | Uit positie | In een minder gunstige positie spelen doordat je eerder moet handelen dan je tegenstander. |
| Outrun | Je tegenstander verslaan door een betere kaart te raken. | |
| Overcall | Een inzet callen nadat er al een andere speler gecalled heeft. | |
| Overcard | Overkaart | Een kaart die hoger is dan een pair in je eigen hand of op het board, zoals een Aas boven een board van T-9-4. |
| Overlay | Wanneer het gegarandeerde prijzengeld in een toernooi hoger is dan de totale buy-ins van de deelnemers. | |
| Overpair | Een pocket pair dat hoger is dan alle kaarten op het board. | |
| Pay Off | Een value bet callen terwijl je vermoedt achter te liggen, om zeker te zijn. | |
| PKO Progressive Knockout | Progressieve knockout | Een toernooivorm waarbij je bij elke eliminatie een deel van de bounty krijgt en de rest aan je eigen bounty wordt toegevoegd. |
| Play the Board | Speel het bord | Je gebruikt alleen de community cards voor je hand; je hole cards zijn niet nodig. |
| PLO – Pot Limit Omaha | Pot Limit Omaha, een populaire pokervariant waarbij de inzet beperkt is tot de grootte van de pot. | |
| Bijnaam voor je hole cards, vooral bij een pocket pair. | ||
| Pocket Pair | Twee kaarten van dezelfde waarde in je hand, zoals twee achten. | |
| Post | Een verplichte inzet plaatsen, zoals de small blind of big blind. | |
| Pot Limit | Een inzetstructuur waarbij je maximaal mag inzetten wat er op dat moment in de pot zit. | |
| Pot Odds | De verhouding tussen het te callen bedrag en de waarde van de pot, gebruikt om wiskundig goede beslissingen te maken. | |
| Price | Prijs | De verhouding tussen risico en potentiële winst, belangrijk bij het inschatten van calls. |
| Protect | Beschermen | Inzetten om te voorkomen dat je tegenstanders hun hand gratis verbeteren. |
| Push | Alles-in gaan | Je hele stack inzetten in één beweging. |
| Quads | Een four-of-a-kind (vier dezelfde kaarten). | |
| Ragged | Ongunstig board | Een board dat geen duidelijke draws of combinaties toont, bijvoorbeeld K-7-2 rainbow. |
| Rainbow | Regenboog | Een flop met drie kaarten van verschillende kleuren, waardoor een flush onwaarschijnlijk is. |
| Raise | Verhogen | De inzet verhogen nadat iemand anders al heeft ingezet. |
| Rake | Een kleine commissie die het huis of de pokerruimte neemt uit elke pot. | |
| Read | Lezen | Het proberen inschatten van de hand van een tegenstander op basis van gedrag, timing of lichaamstaal. |
| Rebuy | Opnieuw kopen | Het kopen van extra chips tijdens een toernooi of cashgame om door te blijven spelen. |
| Represent | Vertegenwoordigen | Je hand op zo’n manier spelen dat je suggereert een sterke of specifieke hand te hebben. |
| Ring Game | Een cashgame zonder vaste eindtijd, waarin spelers op elk moment mogen instappen of uitstappen. | |
| River | De vijfde en laatste community card die gedeeld wordt in flopvarianten zoals Texas Hold’em. | |
| Rock | Een bijnaam voor een speler die extreem weinig handen speelt en alleen inzet met sterke holdings. | |
| Royal Hold’em | Een Hold’em-variant waarin alleen kaarten van T tot A in het spel zitten. | |
| Runner-Runner | Wanneer je hand alleen kan worden gemaakt door zowel de turn als river te hitten (backdoor draw). | |
| SNG (Sit & Go) | Een toernooi dat automatisch begint zodra het vereiste aantal spelers is bereikt. | |
| Sandbag | Een sterke hand passief spelen met de bedoeling om later in de hand een grotere pot te winnen. | |
| Satellite | Satelliet | Een kwalificatietoernooi waarmee je een ticket kunt winnen voor een groter of duurder toernooi. |
| Scare Card | Een kaart die mogelijk de hand van je tegenstander verbetert en jouw hand zwakker maakt. | |
| Second Pair | Tweede paar | Een paar maken met de op één na hoogste kaart op het board plus een bijpassende hole card. |
| Semi-Bluff | Semi-bluf | Inzetten met een hand die op dat moment zwak is, maar nog kan verbeteren tot de beste hand. |
| Set | Drie kaarten van dezelfde waarde, waarbij twee in je hand zitten en één op het board. | |
| Shootout | Een toernooivorm waarbij je eerst aan je eigen tafel moet winnen voordat je doorgaat naar een volgende ronde. | |
| Short Handed | Een pokerspel met minder dan het gebruikelijke aantal spelers, vaak met zes of minder aan tafel. | |
| Short Stack | Korte stapel | Een speler met een relatief klein aantal chips ten opzichte van de rest van de tafel. |
| Showdown | Het moment waarop overgebleven spelers hun kaarten tonen om te bepalen wie de pot wint. | |
| Shove | Alles-in gaan, je volledige stack inzetten in één beweging. | |
| Side Pot | Zijpot | Een afzonderlijke pot gecreëerd wanneer één of meer spelers all-in gaan en niet iedereen evenveel inzet. Alleen de resterende spelers kunnen deze pot winnen. |
| Slow Play | Traag spel | Een sterke hand passief spelen om tegenstanders te misleiden en zo meer inzet uit latere straten te halen. |
| Small Blind | De kleinste verplichte inzet die door de speler links van de dealer wordt geplaatst voordat de kaarten worden gedeeld. | |
| Smooth Call | Een inzet callen met een sterke hand, zonder verhoging, vaak om kracht te verbergen. | |
| Soft Play | Opzettelijk mild spelen tegen een bekende of partner, soms beschouwd als collusie. | |
| Splash the Pot | Chips op slordige manier in de pot gooien, waardoor het moeilijk is om inzetten te volgen. | |
| Split Pot | Pot splitsten | Een situatie waarin twee of meer spelers exact dezelfde hand hebben en de pot gelijk verdeeld wordt. |
| Spot | Een beslissend moment in een hand waarin je actie moet ondernemen. | |
| Spread Limit | Een inzetstructuur waarbij inzetten binnen een vast bereik moeten blijven, zoals $2-$6. | |
| Stacked | Al je chips verliezen aan een tegenstander tijdens een hand. | |
| Straddle | Een vrijwillige blind-inzet, meestal twee keer de big blind, die als live wordt beschouwd en opnieuw verhoogd mag worden. | |
| Street | Straat | Een inzetronde of een specifieke gedeelde kaart in het verloop van een hand (zoals flop, turn of river). |
| String Bet | Een onregelmatige verhoging waarbij chips in gedeelten worden toegevoegd; dit is meestal tegen de regels. | |
| Suited | Gekoppeld | Twee kaarten van dezelfde soort (zoals harten of schoppen). |
| Table Stakes | Spelprincipe waarbij spelers alleen mogen inzetten met de chips die ze bij aanvang van de hand op tafel hebben. | |
| Tank | Lang nadenken voordat je een beslissing maakt aan tafel. | |
| Tell | Onbewust gedrag of patronen die informatie geven over iemands handsterkte. | |
| Texas Hold’em | De populairste pokervariant waarin elke speler twee gesloten kaarten krijgt en vijf open kaarten op tafel komen. | |
| Three-Bet | Een herverhoging na een oorspronkelijke inzet en een eerste verhoging, vaak gebruikt als bluf of met premium handen. | |
| Tilt | Tilt | Gedesillusioneerd of emotioneel spel waardoor je suboptimale beslissingen maakt. |
| Top Pair | Hoogste paar | Een paar gevormd met je hole card en de hoogste kaart op het board. |
| Top Set | Drie dezelfde kaarten, waarbij je pocket pair combineert met de hoogste kaart op het board. | |
| Top Up | Extra chips aan je stapel toevoegen in een cashgame, meestal tussen handen door. | |
| Trap | Val zetten | Een sterke hand langzaam en passief spelen om tegenstanders tot inzetten te verleiden. |
| Trips | Trips | Drie gelijke kaarten, waarbij twee op het board liggen en één uit je hand komt. |
| Turn | De vierde community card die open op tafel komt, na de flop. | |
| Under the Gun | De speler links van de big blind die als eerste moet handelen vóór de flop. | |
| Underdog | Een hand die volgens de kansberekening slechter scoort dan de hand van de tegenstander. | |
| Value Bet | Een inzet bedoeld om waarde te halen uit een sterke hand door zwakkere handen te laten callen. | |
| Variance | Variantie | De mate waarin je resultaten kunnen afwijken van het verwachte gemiddelde op de korte termijn. |
| Wet Board | Een bord met veel kaarten die combinaties mogelijk maken, zoals straights of flushes. | |
| WSOP | Afkorting voor World Series of Poker, ’s werelds bekendste toernooireeks die jaarlijks in Las Vegas plaatsvindt. |